Machteloos

Maart 2009

Soms valt er ook wel eens een keer iets niet tegen. En het mooie was: ik wist het ditmaal van tevoren. Het werd zelfs nog mooier: het bleek warempel beter dan ik mij meende te herinneren. Lang leve Lyle Lovett! Voor het eerst sinds tijden stond hij laatst weer in de Paradiso, begeleid door zijn Acoustic Band, zijnde vier muzikanten uit zijn zeventienkoppige Large Band.

Als gewoonlijk was hij dressed for the occasion: strak in het pak, scherp overhemd, inclusief stropdas, glimmend schoeisel. Klinken deed het al even onberispelijk. Het geluid schommelde rond de tachtig decibel, waardoor je alles even goed kon horen. Hij toonde zich de koning te rijk met zulke fabuleuze instrumentalisten, zij op hun beurt stelden er eer in zijn superieure composities tot in de perfectie uit te voeren.

Het concert duurde liefst negen kwartier en werkelijk, ik heb me geen seconde verveeld. Het repertoire doorkruiste al zijn negen studioplaten, te beginnen met dat dubbelalbum vol covers van meer en vooral minder bekende Texaanse troubadours, die hem naar eigen zeggen als singer-songwriter hebben gevormd. Bescheidenheid siert vaak de allergrootsten.

Het optreden was op een maandag. Geen uitgaansavond, merkte hij op, reden waarom hij er beslist geen feestje van ging bouwen. Ook het volgende liedje zou hij derhalve weer zo traag en treurig mogelijk proberen te brengen. Nee, aan milde zelfspot ontbreekt het hem evenmin. Spelen met taal, dat kan hij ook als de besten. Soms wordt met tragiek de draak gestoken, dan weer is het gissen naar wat er precies aan de hand is. Zo houdt hij de schijn op. Plus dat melancholie bij hem klinkt als een luxegevoel.

In de week na het concert heb ik zijn complete werk herbeluisterd. Verrassend genoeg was het niet Pontiac, Lyle Lovett And His Large Band of Josha Judges Ruth waar ik aan bleef hangen, maar het latere The Road To Ensenada, zo’n dertien jaar terug gemaakt na zijn mislukte wanhoopshuwelijk met Julia Roberts. Sleutelzin: It’s easier said than done to look at what you’ve been through and to see what you’ve become.

Maar waar zingt hij nou eigenlijk over als hij zingt over de onbereikbare liefde, het beklemmende huwelijk, de vertrokken beminde, de rondtrekkende cowboy of het zo verheffende kerkbezoek? Ik zou zeggen: de onmacht om de dingen naar je hand te zetten. Niets loopt zoals hij het graag zou willen, lijkt het. Terwijl anderen het altijd zo mooi voor elkaar weten te krijgen. Er bestaat dus wel degelijk zoiets als de maakbaarheid van het bestaan. Je moet er alleen voor in de wieg gelegd zijn.

Natuurlijk koketteert hij. Althans, dat deed hij. Goed en wel de vijftig gepasseerd, prijst hij zich gelukkig met zijn vrienden, familie, paard, vriendin en, niet te vergeten, zijn avondwerk. Ware het niet, verzucht hij in All Downhill, dat het vanaf nu onherroepelijk bergafwaarts gaat. Bidden en hopen dat je er genadig van afkomt, iets anders zit er niet meer op. Want maak je zelf toch niks wijs. Een mens is gewoon aan de goden overgeleverd.